Jaeger-LeCoultre
Jaeger-LeCoultre is een manufactuur die behoort tot de absolute elite der Haute Horlogerie. Bovendien heeft Jaeger-LeCoultre een buitengemene reputatie op het gebied van onderzoek, innovatie, inventiviteit en kwaliteit die de gehele horloge-industrie ten goede is gekomen. Zo heeft Jaeger-LeCoultre van alle horlogemerken onder meer de meeste mechanische uitvindingen op zijn naam staan, waarmee Jaeger-LeCoultre een speciale klank heeft verleend aan het begrip “Swiss Made”.

Grondlegger van wat later uit zou groeien tot het fameuze horlogehuis Jaeger-LeCoultre was Antoine LeCoultre (1803-1881). LeCoultre vestigde zich in 1833 in Le Sentier als zelfstandig producent van horlogeonderdelen. Hoewel hij als zoon van een ambachtsman al wel het een en ander over metaalbewerking had meegekregen, heeft hij in 1833 waarschijnlijk zelf niet kunnen bevroeden dat zijn latere vindingen hem wereldfaam zouden brengen. Zo vind hij zijn eigen machinepark en gereedschap uit, waarmee consequent nauwkeurige tandwielen, assen en andere onderdelen van hoge kwaliteit geproduceerd kunnen worden. Bovendien maakte hij allerhande instrumenten, waarvan de in 1844 door hem ontworpen “Millionometer” een ware revolutie teweegbracht in de horloge-industrie, omdat dit ingenieuze instrument de uurwerkmaker in staat stelde om tot een duizendste millimeter nauwkeurig metingen te doen. Ook als hij complete uurwerken gaat bouwen, blijkt Antoine een inventieve vernieuwer. Zo vindt hij in 1847 onder meer een systeem uit waarmee een uurwerk kan worden opgewonden door het draaien van de kroon in plaats van het opwinden door een tot dan gebruikelijke sleutel.
Eerste manufactuur in Vallée de Joux
Vanwege de hoge kwaliteit van de uurwerken van LeCoultre komt er steeds meer vraag naar zijn uurwerken. Het bedrijf groeit dan ook gestaag. In een periode dat het maken van Zwiterserse horloges veelal geschiedde in meerdere werkplaatsen, namen Antoine LeCoultre en zijn zoon Elie in 1866 het voor de horloge-industrie revolutionaire besluit om alle ambachten en vaardigheden die nodig zijn voor het maken van horloges onder één dak te brengen, waarbij tevens een stoommachine werd geïnstalleerd voor de aandrijving van de benodigde gereedschappen. Hiermee werd LeCoultre & Cie de eerste manufactuur in Vallée de Joux. De dagelijkse leiding gaat geleidelijk over naar zijn drie zonen, die na de dood van Antoine in 1881 zijn werk met succes voortzetten. Het bedrijf blijft groeien en rond 1900 biedt LeCoultre emplooi aan ruim 500 mensen. In die periode levert LeCoultre onderdelen aan Patek Philippe, Cartier en Omega en worden zijn kwalitatief hoogstaande uurwerken gebruikt in horloges van gerenommeerde merken als A. Lange & Söhne, Audemars Piguet, Girard-Perregaux en Longines.
Samenwerking met Edmond Jaeger
In 1900 gaat de dagelijkse leiding over op Jacques-David LeCoultre (1875-1948), kleinzoon van Antoine, en onder zijn leiding ontwikkelt de onderneming zich stormachtig. Niet in het minst vanwege de samenwerking die Jacques-David aanging met de bekende Franse horlogemaker Edmond Jaeger (1850-1922). Deze in Parijs gevestigde horlogemaker had Zwitserse horlogemakers uitgedaagd om door hem ontworpen ultraplatte kalibers te produceren. Jacques-David ging deze uitdaging graag aan. De samenwerking leidde onder meer tot het platste handopgewonden uurwerk (Caliber 145): slechts1,38 mm dik. Daarnaast werd Jaeger één van de grootste afnemers van LeCoultre-uurwerken. De innige samenwerking mondde uit in vriendschap en uiteindelijk in 1937 tot een definitieve fusie tussen de ondernemingen van Jaeger en LeCoultre: de merknaam wordt vanaf dat moment “Jaeger-LeCoultre”.
La Grande Maison
Jaeger-LeCoultre is één van de weinige horlogehuizen die zich manufactuur in de ware zin des woords mag noemen, omdat zij vrijwel alle onderdelen die nodig zijn voor het maken van een horloge, zoals kasten, assen, tandwielen, schroeven, echappementen, etc. zelf produceert. Jaeger-LeCoultre staat ook bekend als “La Grande Maison”. Niet alleen omdat in het horlogehuis vele ambachten zijn ondergebracht, maar ook vanwege de excellente kwaliteit van haar horlogemakers, ontwerpers en technici en uiteraard de vele innovaties die zij heeft voortgebracht. Zo heeft Jaeger-LeCoultre meer dan duizend mechanische uitvindingen op haar naam staan en ruim driehonderd patenten verworven. Een binnen de horlogewereld ongeëvenaarde prestatie.
Caliber 101 en de Reverso
Sprekende voorbeelden van de innovatiedrang die Jaeger-LeCoultre kenmerkt is bijvoorbeeld het in 1929 geproduceerde Caliber 101. (Foto Caliber 101) Het was en is nog steeds het kleinste mechanische uurwerk ter wereld. Het bestaat uit slechts 74 onderdelen, heeft een van 3,4 x 4,85 x 14 millimeter en weegt inclusief wijzerplaat minder dan één gram. Dit uurwerk is nog steeds in productie. Een andere innovatie is de Reverso, een horloges dat in 1931 het levenslicht zag en Jaeger-LeCoultre wereldberoemd maakte. De Reverso heeft een 180° draaibare kast, zodat de wijzerplaat en het glas omlaag kan worden gedragen. De Reverso was daarmee hét antwoord op de vraag van in India gestationeerde Britse officieren naar een horloge dat in staat was de harde klappen tijdens het polospel te weerstaan. Feitelijke is de Reverso het eerste echte sporthorloge. Ook de Reverso wordt nog steeds geproduceerd en behoort samen met de Master-serie tot de twee hoofdlijnen van Jaeger-LeCoultre.
